Verhalen en werkbezoek

Verhalen

Hieronder vindt u de korte levensgeschiedenissen van drie meisjes en een moeder, opgetekend door de staf van Bint-e-Malakand.

Maryam en Sajida

Dit is het verhaal van de twee zusjes Maryam en Sajida uit Dheri Alladand.
Hun vader was een arme melkverkoper. In plaats van naar school gingen Maryam en Sajida van deur tot deur om melk te verkopen en geld te verdienen voor het huishouden. Bint-e Malakand adviseerde hun vader en de andere familieleden om hun dochters naar school te laten gaan. Om het gezin te helpen om toch hun inkomsten te behouden motiveerde Bint-e-Malakand de afnemers van de melk om dat zelf te gaan halen aan het huis van het gezin.
Zo konden de meisjes naar de speciale school van Bint-e-Malakand gaan. De Bint-e-Malakand Welzijn Organisatie zorgde voor hun schoolspullen.
Na twee jaar werd Sajida ernstig ziek en stierf.
Maryam is nu leerling in de derde klas. Zij is een hele intelligente en ijverige leerling op deze school.

Sakina Bibi

Sakina Bibi woont in het dorp Hiro Shah. Ze heeft acht kinderen, twee jongens en zes meisjes. Zij en haar familie waren extreem arm en leden vaak honger.
Door het vrouwenprogramma van Bint-e-Malakand bouwde Sakina kennis op over het kweken van planten en vruchten en kreeg ze financiële steun om een eigen kwekerij in guava-planten te beginnen. Tevens hielp Bint haar om naast haar afzet in het dorp ook op verder gelegen markten te gaan verkopen. Haar kinderen en man gingen meehelpen en het lukte haar om een redelijk inkomen te genereren. Hierdoor gaan de kinderen nu naar de ‘normale’ dorpsschool die geld kost. Sakina Bibi heeft sinds kort tevens een succesvolle kwekerij van de medicinale geelwortel opgezet.

Shabnum

Dit is het verhaal van Shabnum, die woont in Dheri Alladand.

Op een dag ging haar vader sigaretten kopen, maar de winkelier had er geen die dag.
Haar vader werd woedend, trok een pistool en vermoordde de winkelier.

De families werden door de moord vijanden. Na veel commotie werd er een overeenkomst gesloten: Shabnum, de vijf-jarige dochter van de moordenaar, werd als compensatie voor de moord ‘gegeven’ (Swara) aan de familie van de winkelier. Dit betekent dat ze zodra ze volwassen is, wordt uitgehuwelijkt aan een man van de familie van de overledene. Swara is een niet-Islamitisch gebruik en is tegen de wet.

Door de inspanningen van Bint -e-Malakand is Shabnam nu leerling in de vijfde klas in Dheri Alladand. Hopelijk wordt Shabnum hierdoor een sterke persoonlijkheid en zal haar familie gaan inzien dat zij een immoreel besluit hebben genomen om haar op deze manier uit te huwelijken.

Werkbezoeken

Enkele jaren geleden bezocht bestuurslid Jan Taal samen met Constance Varekamp Pakistan.

Ontmoeting met oprichter en directeur Bint

Tijdens hun reis lukte het bestuurslid Jan Taal en Constance Varekamp helaas niet om op bezoek te gaan bij de scholen van Bint-e-Malakand, omdat het vanwege de onveilige situatie niet toegestaan was het gebied te betreden. Wel spraken zij met mede-oprichter en directeur van Bint, Fatima Bibi.

Fatima vertelde dat zij  in 2009, toen de Taliban aan de macht was, met de dood werd bedreigd. Ze is toen voor zes maanden ondergedoken in Lahore. Nadat de Taliban grotendeels was verdreven, is zij weer teruggekeerd. In deze tijd konden de scholen blijven functioneren, doordat ze goed zijn ingebed in de bevolking.

Van de vijf scholen van Bint worden er drie overgedragen aan de overheid, een groot succes voor Bint. Het biedt Bint de gelegenheid om nieuwe scholen te gaan openen, waar vanuit vele dorpen vraag naar is.

Fatima vertelt verder dat de leerkrachten, allemaal vrouwen uiteraard, nu 22 euro per maand verdienen, terwijl het minimumloon officieel 88 euro is. Zij willen graag verhoging van hun salaris. Een ander probleem is in veel gevallen de grootte van de klassen. Norm is 40 kinderen maximaal per klas, maar één van onze vertegenwoordigers vond 80 kinderen in een klas.

Ouders en kinderen zijn volgens Fatima enthousiast over het naar school gaan, maar de middelen zijn beperkt.  Toch heeft Bint in de 18 jaar van haar bestaan al veel bereikt. Na het laatste leerjaar van Bint, de vijfde klas, gaan steeds meer meisjes door naar de zesde klas in de Midden School.

Inmiddels zijn 25 van de oud-leerlingen zelf onderwijzer geworden, waarvan er drie werkzaam zijn voor Bint zelf. Trots is Fatima Bibi over twee oud-leerlingen. Eentje studeert nu medicijnen in Peshawar aan het Medical College en de ander heeft haar master behaald en is nu aan het promoveren in scheikunde.

Bezoek aan Skardu

Na dit gesprek gingen Jan en Constance naar Skardu, waar de Shaheen Public School zich bevindt die SOMOP als extra project een aantal jaren financieel heeft ondersteund met hulp van de Marthe van Rijswijck Stichting .

Jan: “De Shaheen Public School is gelegen in een arme wijk van Skardu waar veel vluchtelingen van de oorlog tussen India en Pakistan wonen. Omdat veel ouders geen geld hebben om hun kinderen naar overheidsscholen te sturen, heeft directeur Nazir Ahmed de Shaheen Public School opgericht voor het ‘gewone volk’.”

“We hebben eerst de voorzieningen bekeken die met hulp van de Marthe van Rijswijck Stichting in 2010, 2011 en 2012 werden gebouwd. De voor de veiligheid belangrijke omheining van de school is gebouwd, klaslokalen hebben ramen met glas gekregen, er zijn meisjestoiletten gebouwd en de school is met een verdieping uitgebreid. Waren er in 2009 nog maar 46 meisjes, nu zijn dat er 104 meisjes, plus 211 jongens. Die forse toename van het aantal meisjes is met name te danken aan de betere en veiligere voorzieningen, de muren om de school en de aparte toiletten. Ouders durven nu hun dochters naar de school te sturen.”

“We waren onder de indruk van het enthousiasme van de kinderen en de staf. We hadden Nederlandse lees- en prentboeken (in het Engels, waaronder Annie M.G. Schmidt) en tekenmateriaal meegenomen. Met de hoogste klas en een aantal docenten deden we verbeeldingsoefeningen en tekenen, waaraan geestdriftig werd meegedaan. Onze indruk is dat Shaheen een dynamische school is met een enthousiaste, ondernemende directeur.”

“Het was goed om te zien dat de steun uit Nederland optimaal gebruikt wordt.”